De jaren 30

Uit de notulen van de bestuursvergadering d.d. 10 april 1930:
"Door den secretaris werd medegedeeld dat op 30 Augustus onze school 10 jaren had bestaan en vroeg of dit geen aanleiding was om dit jaar een schoolfeest te houden.
Besloten werd om de ouders te polsen wat ze liever hadden voor hunne kinderen een schoolfeest of een schoolreisje en dan 's avonds iets te organiseeren voor de ouders."

En wat besloot men in de bestuursvergadering d.d. 6 juni 1930:
"Thansch werd door den secretaris en J. Bosker voorgesteld om schoolfeest te houden om reden dat er ook door de kinderen van de Openbaare school feest werd gevierd. Dit voorstel werd met meerderheid van stemmen aangenomen en besloten werd om met een lijst rond te gaan en te zien of er gelden voor ingezameld konden worden."

Het hoofd der school A. Th. Wildeman vraagt per 1 september 1930 eervol onslag. Hij wordt onderwijzer te Appingedam. In tegenstelling tot in de begin 20-er jaren is het niet zo moeilijk een kandidaat te vinden:
"Een schrijven van den Minister van Onderwijs, Kultuur en Wetenschappen met het verzoek om een wachtgelder te benoemen waarbij hij ons een lijst met namen van wachtgelders deed toekomen. Den Minister zal gekend worden dat het schoolbestuur hier niet op in gaat, doordat geen van de wachtgelders hadden gesolliciteerd. Er zijn 12 sollicitatiebrieven ingekomen..."
"Na al deze sollicitaties te hebben ingezien werd besloten om door het bestuur een 3-tal onderwijzers aan hun school te bezoeken en wel L. Hoekstra te Midwolda, H. Stamhuis te Scheemda en H. de Ruig te Nw. Weerdinge. Hieraan is door het bestuur de 5e Juli gevolg gegeven en zijn de drie genoemde onderwijzers aan hunne schoolen bezocht. Op 10 juli werd weder bestuursvergadering gehouden en het resultaat van het bezoek besproken en werd besloten om de schoolvereeniging het volgende 3-tal voor te leggen en wel als No. 1 L. Hoekstra, No. 2 H. Stamhuis en No. 3 H. de Ruig waaruit op 13 Juli door de schoolvereeniging bij acclamatie is benoemd L. Hoekstra te Midwolda."

Electriciteit was niet gewoon. Op 10 oktober 1932 nam het bestuur het volgende besluit:
"Besloten werd om den electricien Hector een begrooting te laten opmaken van de kosten van de aanleg van 4 lichtpunten in het 2e locaal can de school en indien de kosten niet te hoog zijn het licht daar te laten aanleggen."

En op de vergadering van 5 januari 1933 werd meegedeeld:
"dat het licht in het 2e locaal was aangelegd door O. Hektor voor de som van ƒ 25,=."

Christelijke scholen hadden het niet gemakkelijk, getuige de vele verzoeken om financiële steun. Vanaf de oprichting van de school in 1920 komen er elke maand ongeveer 3 brieven met verzoeken om steun binnen. De schoolvereeniging is niet rijk en het bestuur neemt alle verzoeken ter kennisgeving aan. Onderstaand een overzicht van de binnengekomen brieven van de bestuursvergaderingen van 5 januari 1933 en 23 maart 1933.

• een schrijven van de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Onderwijs te Schagen met een verzoek om financiële steun,
• idem van de schoolvereeniging te Oudeschool,
• idem van de schoolvereeniging te Heiligerlee,
• idem van de schoolvereeniging te Echtenpolder,
• idem van de schoolvereeniging te Oosterlittens,
• idem van het Willem Lodewijk Fonds tot steun aan schipperskinderen te Sneek,
• een schrijven van verschillende instanties om financiële steun voor het oprichten van een school te Vlaanderen.

Dat de schoolvereniging niet veel geld bezat blijkt wel uit de notulen van 5 januari 1933:
"Verder was besloten met het oog op de uitgaven dat het hoofd der school de handwerk- onderwijzeres zou voorstellen om 3 in plaats van 4 dagen onderwijs te geven en dan het salaris met ¼ te verminderen."

In 1935 moest men meer geld lenen:
"Besloten werd dat het hoofd der school aan Wed. P. Dijksterhuis zou verzoeken om ons ten bate van de schoolkas ƒ 400,00 te willen leenen..."

Op 6 mei 1935 bespreekt men de financiële situatie:
"Mede gedeeld wordt door de secretaris dat de Wed. P. Dijksterhuis bereid was om de schoolvereeniging ƒ 400,= te leenen op een obligatie tegen een later vast te stellen rente."
"Daarna werd een zeer ruime bespreking gehouden over de financiële toestand der vereeniging daar de schoolkas in zeer moeilijke toestand verkeerd, en jaarlijks achteruit gaat. Naar ruime bespreking werd besloten om een bespreking te houden met de Deputator der Classis voor Evangelisatie om de school als een Evangelisatiepost geplaatst te krijgen door de Classis."

En in die van 23 maart 1933 lezen we:
"Besloten werd om uit zuinigheids oogpunt dit jaar de school niet te laten schoonmaken (de groote schoonmaak). Hetwelk een besparing was van ca. ƒ 25,00."

Op 12 september 1934 besluit men groot onderhoud aan het schoolgebouw uit te voeren:
"Medegedeeld werd door den voorzitter dat hij en het bestuurslid G. Boven een onderzoek hadden ingesteld aan de school, waarin hun gebleken was dat het dak van de school voorover ging en er werd besloten dit zoo spoedig mogelijk te verhelpen.
Verder werd besloten om eenige latten in de gang te plaatsen voor het ophangen van eenige schoolplaten.
Nog werd besloten om het venster aan de achterkant van het locaal van van Dijk draaibaar te laten maken en een dito venster te plaatsen in het locaal van het hoofd der school."