De jaren 50

Begin jaren '50 stond in het teken van de verbouwing van de school. Uit het jaarverslag over 1950 en de notulen van de jaarvergadering 1951:
"Van tamelijk verdragende betekenis zullen blijken te zijn de plannen welke ontworpen worden voor vernieuwing der privaten en voor enkele verbouwingen aan het schoolgebouw, welke zowel de dag- als avond- verlichting bevatten. Dat gemelde vernieuwingen dringend nodig zijn behoeft geen enkel betoog."
"De schoolarts kwam met een rapport, uitgebracht aan schoolbestuur en gemeentebestuur welke naast de toestand der privaten ook met name de verlichting in het schoolgebouw ter sprake bracht."
"Nadat de architect de zaak nog had opgenomen met de Bouwkundig Inspecteur van het Ministerie van Onderwijs had hij zijn ontwerp in tekening gebracht en een kostenberekening opgemaakt. "
"Het plan bevat het bouwen van een onderzoekkamer, vijf privaten en een nieuwe bergplaats aan de achterzijde der school. Daarnaast het aanbrengen van twee ramen in de zuidgevel en van drie ramen in de noordgevel. Tevens is in dit plan begrepen een verbouwing van de oude privaten tot rijwielbergplaats."
"Nadat deze plannen uitvoerig zijn besproken wordt aan het bestuur
machtiging gegeven het ontwerp tot uitvoering te laten brengen."

Alles lijkt in orde, maar dan... (ledenvergadering 23 juli 1951)
"Het bestuur deelt mee dat de plannen, zoals in de vorige vergadering uiteengezet, de goedkeuring verkregen hebben van de betrokken inspecties en door de Gemeenteraad zijn aangenomen."
"Toch zullen deze plannen, zonder meer, niet kunnen worden uitgevoerd, aangezien het gemeentebestuur niet in staat is, de daartoe benodigde gelden ter beschikking te krijgen, terwijl niet eerder tot aanbesteding kan en mag worden overgegaan, dan nadat vast staat dat de gemeente voor het verstrijken van de 1e termijn voor het benodigde kapitaal een vaste lening kan sluiten. Op grond van het z.g. investeringsbesluit mag de Bank voor Ned. Gemeenten geen gelden meer verstrekken voor werken welke nog niet in uitvoering zijn."
"In verband met één en ander heeft de Burgemeester het schoolbestuur in overweging gegeven, pogingen aan te wenden, deze lening geplaatst te krijgen bij voorstanders van het Christelijk onderwijs in eigen kring."

En ook op de jaarvergadering van 12 februari 1952 was er nog geen oplossing voorhanden:
"Helaas werd tot op heden voor dit probleem geen oplossing gevonden. Een poging van het bestuur om de lening geplaatst te krijgen bij de Boerenleenbank mislukte eveneens."

Eindelijk werd een oplossing gevonden. Jaarvergadering 26 januari 1953:
"Het bleek dat wij als voorstanders van het Christelijk onderwijs niet in staat waren de gemeente de benodigde lening à ƒ 14.000,= tegen 3½ à 4 procent rente te verstrekken." "Die ƒ 14000, = was daarvoor schijnbaar niet beschikbaar. Of had onze burgemeester gelijk toen hij mij vroeg: 'Wat moet ik nu denken van die zogenaamde liefde voor het Christelijk onderwijs als jullie geen eens kans zien om deze lening op zuiver zakelijke voorwaarden bij elkaar te brengen.' Was het nu geldgebrek of gebrek aan liefde dat wij dit niet voor elkaar konden krijgen? In elk geval ben ik genegen tot de conclusie te komen dat onze burgemeester zich meer voor het geval interesseerde dan velen van ons, want tenslotte was hij het die langs een zeer ongebruikelijk weg de financiering van deze schoolverbouw mogelijk maakte.
De burgemeester deelde ons op een samenspreking mede dat het gemeentebestuur bereid was de zaak aanvankelijk te financieren door middel van een kasgeldlening en pas nadat de bouw tot stand was gekomen en de aanneemsom was uitbetaald , was een zodanige verruiming op de geldmarkt ingetreden dat een normale vaste lening kon worden gesloten bij de Bank voor Ned. Gemeenten. Nadat nog eens het gehele plan met de gemeente-architect was doorgenomen werd nu de aanbesteding vastgesteld op woensdag 2 juli 1952."

Het werk werd uitgevoerd en tot tevredenheid van allen in de jaarvergadering aanwezig, kan men melden:
"In aanwezigheid van verschillende officiële persoonlijkheden vond dan op 9 november 1952 in een openbare vergadering van onze vereniging de heropening van onze school plaats. Daar mochten wij constateren, hoe wij thans, al blijft er dan nog wel iets te wensen over, toch in het bezit zijn van een schoolgebouw dat in allerlei opzicht aan de eisen des tijds en aan de medisch te stellen eisen voldoet."

Schoolreisjes waren er ook in de jaren '50:
1950: "... als hoofddoel en eindpunt werd Emmen bezocht met zijn dierentuin en dennen..."
1951: "... als einddoel werd thans Appelscha bezocht. Deze dagen zijn voor de kinderen hoogtepunten in hun schoolkindbestaan. Of ze dat ook voor het personeel zijn, laat ik maar in het midden."
1952: "Het jaarlijkse schoolreisje (...) ging dit jaar via noord-west Drenthe naar Eexterwolde en natuurlijk ook naar Harkstede."
1953: "Het jaarlijkse schoolreisje had als eindpunt het voor kinderen onvolprezen Emmen."
1954: "Het schoolreisje ging naar Oranjewoud."
1955: "Het schoolreisje ging dit jaar naar Emmen, een altijd geliefd eldorado voor de kinderen."
1956: "Het jaarlijkse schoolreisje ging dit keer naar Oranjewoud."
1957: "Het jaarlijkse schoolreisje ging dit jaar naar Drouwenerzand, Eelde en Paterswolde."
1958: "Het vraagstuk: 'waar moeten wij naar toe met het schoolreisje?, werd weer eens opgelost met een reis naar Emmen, met natuurlijk allerlei belevenissen onderweg."
1959: "Wel hield één van de leerlingen een onaangename herinnering aan het schoolreisje naar Oranjewoud, in de vorm van een gebroken arm. De breuk is echter reeds lang hersteld en de betrokken leerling hoopt op het volgende schoolreisje beter op te passen."

Het lage leerlingenaantal is voor de school bijna altijd een punt van zorg geweest. Het jaar 1952 is daarop geen uitzondering.
"Over 1952 daalde het leerlingental tot 39 1/3, terwijl het over 1953 waarschijnlijk beneden 37 zal liggen. Indien het 3 jaar achtereen beneden 40 blijft, dan zou onze school het subsidierecht verliezen, tenzij de Minister opnieuw dispensatie zou verlenen.
Het bestuur geeft de ouders in overweging, wanneer zij kinderen naar den Ulo of andere school voor uitgebreid onderwijs willen zenden, hierover allereerst en vroegtijdig overleg te plegen met het hoofd der school. Met name is dit gewenst indien men de schoolverwisseling wil doen plaatsvinden vanaf de 6e klas. Trouwens, niet alleen het belang van de school, ook het belang van het kind vereist dit overleg. De praktijk bewijst dat veel kinderen naar een inrichting voor uitgebreid onderwijs worden gezonden die beter nog 1 of 2 jaar op de lagere school hadden kunnen verblijven."

Het schooljaar begon tot 1953 op 1 april. Op vorige jaarvergaderingen is al eens aan de orde geweest om deze datum te verschuiven naar 1 augustus. Het bestuur wees dit af omdat ook de Mulo-scholen 1 april als aanvangsdatum voor het schooljaar hebben. Maar veranderingen zijn op komst:
"Op 10 december 1953 was er door het gemeentebestuur een vergadering bijeen geroepen ten gemeentehuize , van B. & W., de Inspecteur, de besturen der Bijzondere scholen en het personeel van
alle scholen in deze gemeente. In deze vergadering was door de Inspecteur de wenselijkheid van de genoemde verschuiving bepleit. De voornaamste grond voor deze wenselijkheid op zich, was wel dat de periode van 1 april tot 1 augustus voor het onderwijs meestal een vrij onrustige periode is. In deze periode valt de mei-vacantie, vallen de schoolreisjes, het vrijaf geven wegens tropische warmte, enz. Voor de pas opgekomen leerlingen is dit een zeer ongewenste toestand.(...)
Daarnaast kwam de grond voor deze wenselijkheid, en dat is voor ons wel doorslaggevend, dat alle Mulo- en Nijverheids- en alle middelbare scholen voortaan 1 september als toelatingsdatum zullen hebben. Waar de zaken nu zo komen te staan, daar stond het wel vast dat ook wij als bestuur moesten besluiten de genoemde verschuiving van 1 april naar 1 augustus tot stand te brengen..."

De schoolvereniging werd in 1920 opgericht door leden van de Gereformeerde kerk. Het opschrift boven de ingang van de school luidde 'Geref. school, anno 1921'. Op de jaarvergadering van 28 januari 1954 brengt ds. Snoek dit opschrift ter sprake:
"De voorzitter deelt nog mee dat ds. Snoek met hem heeft gesproken om het opschrift op de school te veranderen in die zin dat het een minder kerkelijk cachet verkrijgt. De voorzitter acht dit voor de werfkracht van onze school buiten de specifiek Gereformeerde kring van belang, terwijl tevens de orthodoxe richting in de plaatselijke Ned. Herv. kerk hierdoor tot een besliste keuze wordt gedrongen. Vrij algemeen voelt de vergadering wel voor wijziging van het opschrift op de school, doch tegelijkertijd achten sommige broeders het dan gewenst om tevens te komen tot statutenwijziging, opdat bij een verruiming van het opschrift een meer concrete omschrijving wordt gegeven aan de grondslag en het doel der Vereniging."

Op 17 mei 1954 wordt er een extra ledenvergadering gehouden:
"De door het bestuur voorgestelde wijziging van de statuten wordt (...) met algemene stemmen aangenomen."
"De voorzitter wijst er tevens op dat het opschrift der school inmiddels is gewijzigd van 'Geref. School' in 'School m.d. Bijbel'."

In 1954 wordt het vak 'Veilig Verkeer' geïntroduceerd. Volgens het jaarverslag over 1955 leverde dit nog wel enige moeilijkheden op:
"Het hoofd der school merkt op dat er inderdaad les wordt gegeven in 'Veilig Verkeer", maar dat de opleiding voor het verkeersdiploma niet mogelijk is door gebrek aan tijd i.v.m. het aantal klassen dat bewerkt moet worden."

In 1956 werd de bocht in de weg voor de school verruimd:
"Daar de bochtverruiming in de weg bij de school in de zomer van 1956 gereed kwam, waren 1100 klinkers uit het schoolplein vrijgekomen. Deze werden aan twee leden der vereniging verkocht voor 4 cent per stuk. (...)
De oude afrastering voor de school verdween, om straks plaats te maken voor een haag. Of dit een verbetering is zal nog moeten blijken."
voor een haag. Of dit een verbetering is zal nog moeten blijken."
In 1957 kreeg Woldendorp een echt gymnastieklokaal:
"...dat wij in het afgelopen jaar ook voor onze school de beschikking kregen over een uiterst modern uitgevoerde en ingerichte gymnastiek-gelegenheid. De opening van de gemeentelijke gymnastiekzaal op de plaats van de voormalige Openbare School, heeft ook voor ons voor deze tak van onderwijs wel een belangrijke verbetering gebracht. Ik stel mij voor dat dit ook voor onderwijzer Kapinga wel een grote mate van voldoening schenkt. Het is thans immers mogelijk om de plaats op het lesrooster voor dit onderwijs volwaardig te realiseren."

Regelmatig waren er problemen met de personeelsbezetting. Immers, er waren veel banen in het onderwijs en weinig onderwijzend personeel. Toen in 1958 meester Kapinga naar Uithuizen vertrok had de school er een groot probleem bij.
"Het ontslag werd eervol ontleend, maar het bestuur zat met de handen in het haar. Wat zou dit worden, gezien het grote tekort aan personeel waar heel het onderwijs in Nederland mee worstelt.
Sollicitatie-oproepen bleven 'natuurlijk'onbeantwoord. Het bestuur zag nog een heel klein lichtpuntje in een poging onze plaatsgenoot B.J. Buist vrij te krijgen uit militaire dienst, Het apparaat daartoe werd in beweging gezet. Maar zie, juist toen de benodigde stukken de tafel van de burgemeester hadden bereikt , (...) kwam er bijna letterlijk een lichtstraal in de nacht.
Op een late avond, toen de secretaris reeds te bed lag, verscheen aan zijn deur het hoofd der school met de buitengewoon verrassende mededeling dat hem zo juist een telefonische sollicitatie bereikt had van mej. de Haan uit Groningen. Mej. de Haan verwachtte nog direct enig antwoord. Op de vraag: 'wat moet ik hiermee?', kon de secretaris maar als enigst antwoord geven: 'met beide handen vastgrijpen'."