Historisch overzicht door meester van Dijk (2/3)
Hieronder het tweede deel van de letterlijke tekst van een toespraak gehouden net na de oorlog door meester J.F. van Dijk voor ouders en bestuursleden.
Op de ledenvergadering van 10 april 1930 werd tot iets nieuws besloten, namelijk tot de invoering van een aardappelrooivacantie. Dit kindje heeft echter geen lang leven gehad en is spoedig weer uit het gezichtsveld verdwenen.
Op 10 april kwam de vraag aan de orde: wat zullen we doen met het aanstaande 10-jarig bestaan der school. Zal er een schoolreisje alsdan gehouden worden of zal er een feestje gehouden worden voor de kinderen en 's avonds iets voor de groteren. De ouders zouden hierover gepolst worden, briefjes werden meegegeven en wat dunkt u, dat het resultaat was? De volgende notulen vermelden: feest.
Mijn conclusie is deze: als men bij het 10-jarig bestaan der school besloot, feest te vieren dan toch zeker wel bij het 25-jarig bestaan der school. Een feestcommissie werd toen zelfs aangesteld.
1 september 1930. De heer Wildeman vraagt eervol ontslag wegens zijn benoeming als onderwijzer aan de school te Appingedam. Naar aanleiding van een oproep in onderwijsbladen, meldden zich een 12-tal sollicitanten aan. Tenslotte werd hieruit als nieuw hoofd benoemd de heer L. Hoekstra van Midwolda. Deze trad 1 november 1930 in functie. Het vertrek van mej. A. Wolthuis bracht nieuwe moeilijkheden op handwerkgebied. Tijdelijk nam toen mej. Krist deze taak op zich, totdat hierin nader voorzien kon worden door de benoeming van mej. Harhuis van Nieuwolda.
1931, nieuw gewichtig besluit: planting van een paar kastanjebomen met afrastering.
Op 8 september 1933 bedankte ds. Hoeksema als bestuurslid en als voorzitter, wat voor hem moeilijk zal geweest zijn, omdat de school de volle liefde van zijn hart had. Let wel, hij bedankte als voorzitter, niet, zo zeide hij, als lid der schoolvereniging, een feit dat wel even gememoreerd mag worden. Het voorzitterschap is toen overgegaan naar E. Mulder en is later in handen gekomen van den tegenwoordigen voorzitter, broeder G. Boven. (...)
Op 20 januari 1935 werd besloten tot invoering van de nieuwe spelling. Ruim 10 jaar hebben we dus deze nieuwe spelling al geleerd en toch is het nog nooit de officiële regeringstaal geworden.
Intussen was de financiële positie van de school in de loop der jaren zeer onrustbarend geworden, zo zelf, dat men op 10 april 1935 het besluit moest nemen, een kasgeldlening van f. 400,= te sluiten. Circulaires, inhoudend de bede om steun, werd verzonden in de eerste plaats bij de scholen in onze provincie. Dit heeft verschillende baten in de kas der school gebracht. Als een der voornaamste redenen dat er zo'n dreigend tekort kwam, lag in het feit, dat de gemeente gedurende ettelijke jaren zo'n gering bedrag beschikbaar stelde per leerling, zodat we ons als kleine school daarvan lang niet konden bedruipen. Gelukkig zijn de grootste moeilijkheden in de loop der jaren weer verdwenen, al verdient de school nog steeds onze volle aandacht.
Op 1 juli 1935 werd eervol ontslag aangevraagd door L. Hoekstra wegens benoeming te Ankum (gemeente Dalfsen). Ondergetekende lag toen der tijd in het Diaconessenhuis te Groningen. Wat er zich toen ontwikkeld heeft, lag dus buiten zijn gezichtskring. Wel weet ik, dat het bestuur toen eigenlijk een wachtgelder moest benoemen, doch dat dispensatie hiervan kon worden aangevraagd. Dit geschiedde en toen is ondergetekende bij acclamatie op een ledenvergadering tot hoofd van der school benoemd, in welke functie ik ook hedenavond voor u mag staan.
Ik ontving de benoeming op een vreemde wijze en op een vreemde plaats. De benoeming werd mij medegedeeld door dr. van Gulik en wel op mijn ledikant, staande op zaal 4 van het Diaconessenhuis te Groningen. De heer inspecteur voor het lager onderwijs verleen-de voor dit alles zijn volle medewerking, de minister stelde de voorwaarde, dat de nieuw te benoemen leerkracht een wachtgelder moest zijn. Dit geschiedde met de benoeming van mej. A. Battjes uit Siddeburen. Als tijdelijk hoofd heeft toen eerst gefungeerd de heer J. Tuinier uit Groningen en daarna Bouwman uit Siddeburen.
Omdat ondergetekende een eigen woning had en er juist een predikant hier ter plaatse zou komen, komt het besluit, de onderwijzerswoning af te dragen aan de kerk en werd het tot pastorie ingericht.
Het jaar 1936 is voor de school een moeilijk en critiek jaar geweest, omdat de school toen, naar aanleiding van bezuinigingsmaatregelen door de regering, (verhoging leerlingenschaal), op het kantje af een leerkracht zou moeten verliezen. 't Is gelukkig goed gegaan, wat een rijke zegen mag worden genoemd. Op 22 mei 1936 ontslagaanvrage door mej. Battjes wegens benoeming te Scheemda. Uit een 7-tal sollicitanten werd toen benoemd de tegenwoordige onderwijzeres, mej. F.R. van Delden.
In 1938 werd bij den minister wegens nieuwe bezuinigingsmaatregelen dispensatie aangevraagd voor het voortbestaan der school en verkregen. De actie voor onderwijs-vernieuwing, uitgaande van de 5e Hoofdinspectie hier in het noorden kwam in dat jaar ook aan de orde. De mobilisatie en de daarop volgende oorlog deed van dit punt niets meer van zich horen, wellicht dat dit straks opnieuw aan de orde zal komen.
Op 30 januari 1939 bedankte onze volijverige secretaris, hij werd in die functie opgevolgd door zijn zoon, den tegenwoordigen secretaris P. Huizinga.